| Onder deze titel brengen zes politieke partijen op 16 maart jl. gezamenlijk een voorstel uit voor een Deltaplan Nieuwe Energie. Het partijoverstijgend voorstel pleit voor een versnelde omslag naar een volledig hernieuwbare energievoorziening in 2050. De overheid speelt hierin een belangrijke, sturende rol. De politieke partijen stellen een Deltawet voor om "de politiek‐bestuurlijke organisatie en de zekerstelling van financiële middelen (te) verankeren binnen het huidige staatsbestel en de huidige wet‐ en regelgeving." Deze verankering moet zorgen voor stimulering van energiebesparende maatregelen en investeringen in opwekking van hernieuwbare energie, onder andere door financiering en versnellen van afhandelen van vergunningen. Het rapport kunt u hier lezen. |
 |
TAP enthousiast ontvangen
Op 28 januari 2010. presenteerden Aster, Huisman en Innoforte de proefopstelling van de Thermo Acoustic Powergenerator, de TAP. Zoals vermeld in de vorige nieuwsbrief wordt een prototype ontwikkeld en geplaatst bij Smurfit Kappa Solid Board in Nieuweschans. Tijdens de presentatie werd aandacht geschonken aan de technische achtergrond van de TAP, de ontwikkeling van de TAP in de markt en de potentiële kansen. De proefopstelling maakte inzichtelijk hoe de TAP in de praktijk werkt. De aanwezigen van AgentschapNL, Kenniscentrum Papier & Karton en diverse industriële bedrijven waren positief over de techniek. In het Technisch Weekblad verscheen een verslag van de presentatie (klik op het plaatje voor het artikel):

De TAP gebruikt restwarmte om geluidsgolven te versterken en hieruit elektriciteit te genereren. Zoals genoemd in het artikel, is de TAP flexibel inzetbaar in verschillende praktijksituaties. Het principe van de TAP is niet gebonden aan een absoluut temperatuurregime, waardoor restwarmte van diverse temperaturen geschikt is.
Momenteel werken Aster, Huisman en Innoforte aan de inpassing van een prototype in de kartonfabriek Smurfit Kappa Solid Board in Bad Nieuweschans en aan de voorbereidingen voor de marktintroductie van de TAP, zoals het leggen van contacten met mogelijke producenten en onderhandelingen aangaande de kostprijs van de TAP.
10,5 miljoen euro beschikbaar voor industriële warmtebenutting
Het ministerie van Economische Zaken stelt in 2010 10,5 miljoen euro beschikbaar voor een beter gebruik van restwarmte en duurzame warmte in de industrie. Ondernemers kunnen subsidie aanvragen voor de volgende projecten:
• Een haalbaarheidsonderzoek naar het optimaliseren van warmtegebruik in het eigen productieproces of de inzet van industriële restwarmte in een gebied. Hiervoor is 2,5 miljoen euro beschikbaar en wordt per project maximaal 50% van de subsidiabele kosten vergoed, met een maximum van 100.000 euro per aanvraag. Deze regeling is open van 15 maart 2010 tot en met 29 oktober 2010.
• Tevens kunnen bedrijven subsidie aanvragen voor een investeringsproject om industriële restwarmte van een ander bedrijf nuttig te gebruiken of om de eigen restwarmte te voeden op een bestaand warmtenet. Hiervoor is 8 miljoen euro beschikbaar met een maximum van 40% van de subsidiabele kosten per project, met een maximum van 1 miljoen euro per aanvraag. De regeling is open van 15 maart 2010 tot en met 19 augustus 2010.
Enkele lopende projecten van Innoforte
In
Deest-Zuid (gemeente Druten) worden momenteel plannen ontwikkeld voor de realisatie van nieuwe woningen. Het is het beleid van de gemeente Druten om bij een project waarbij meer dan 50 woningen worden gerealiseerd, onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van duurzame verwarming. In het gebied is een zandwinningsput aanwezig die als warmtebron kan dienen danwel ten behoeve van de opslag van warmte en koude kan worden ingezet. Tevens is restwarmte aanwezig uit lokale keramische industrie. Nieuwe woningen lenen zich over het algemeen goed voor verwarming met restwarmte, omdat de huizen door verbeterde isolatie een lagere aanvoertemperatuur nodig hebben. De mogelijkheden worden op dit moment door Innoforte onderzocht.
| De gemeente Horst aan de Maas heeft ambities om de energievoorziening van het zwembad en de aangrenzende sporthal te verduurzamen. Innoforte bestudeert de mogelijkheden waarbij de terugverdientijd van investeringen vanwege de schaalgrootte aantrekkelijk is. Opties als warmte-kracht-koppeling en warmtepompen zorgen voor een hoger rendement bij de warmte opwekking en opwekking van elektriciteit. Het zwembad en de sporthal zijn hiermee een voorbeeld van mogelijkheden tot verduurzaming op kleine schaal. |
 |
In de
spoorzone van de gemeente Tilburg, een herontwikkelingsgebied, werken wij samen met Unica en Tauw aan het ontwerp van een warmte- en koudevoorziening op basis van warmte-koude opslag (WKO) in de bodem (zie ook
nieuwsbrief herfst 2009). Het ontwerp is opgebouwd uit drie deelgebieden: west, midden en oost. Dit om het ontwerp mee te laten groeien met de gebiedsontwikkeling. In het middengebied wordt waarschijnlijk dit jaar nog gestart met de bouw, waardoor dit prioriteit heeft. Een duurzame warmte- en koudevoorziening moet echter geen belemmeringen vormen voor de overige gebieden. Een vooruitziende blik is hierbij dus van belang. De ontwikkeling van het gehele gebied helpt de gemeente om de uiteindelijke doelstelling te behalen: een CO
2 neutrale spoorzone.
Ook bestaande bedrijventerreinen verduurzamen
Verduurzaming van warmte- en koudevoorziening richt zich voornamelijk op nieuwe gebouwen. Dit vanwege de diverse mogelijkheden bij nieuwbouw om rekening te houden met duurzame voorzieningen en/of voorzieningen met een verhoogd rendement. Aanpassingen aan bestaande bouw zijn vaak kostbaar en gecompliceerd.
In
Dordrecht heeft men de ambitie om ook bestaande bouw te verduurzamen. Op het bedrijventerrein Dordtse Kil staan diverse bedrijven met een hoge warmtevraag en enkelen met beschikbare restwarmte. Na een verkenning komt Innoforte tot de conclusie dat er diverse mogelijkheden zijn om dit terrein te verduurzamen. Warmteterugwinning en restwarmtelevering zijn opties die ook economisch interessant zijn. Dit vanwege de mogelijkheid tot aansluiting op de bestaande installaties. Het temperatuurregime van de restwarmte maakt het mogelijk om ook bestaande bouw hiermee te verwarmen. Interne warmteterugwinning kan bedrijven helpen om het verbruik te verlagen.
De ambitie van de bedrijven op de Dordtse Kil maakt hen hiermee een voorloper op het gebied van verduurzaming van bestaande bouw. Het project heeft een voorbeeldfunctie voor andere terreinen. Eind maart houdt Innoforte een terugkoppeling van de eerste verkenning. Naar aanleiding hiervan worden de mogelijke opties in een volgend stadium verder onderzocht op technische en economische haalbaarheid. De bedrijven zijn enthousiast en zijn geïnteresseerd in kansen voor verduurzaming.
Innovatieve gemeenten gezocht voor subsidie proefprojecten
Het
Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden (IKS) richt zich op het versnellen van de transitie richting klimaatneutrale steden. Van 19 februari tot en met 19 april 2010 kunnen gemeenten projectvoorstellen indienen voor een concreet proefproject met betrekking tot proces- en systeeminnovaties om versneld te komen tot een klimaatneutrale stad. De proefprojecten kunnen een financiële bijdrage ontvangen van maximaal 1 miljoen euro per proefproject. De regeling moet bijdragen aan de opbouw van gezamenlijke kennis door leerervaringen uit de praktijk uit te wisselen met andere gemeenten. Hiermee geeft het programma een impuls aan duurzame ondernemers en versnelt het de ontwikkeling van klimaatneutrale steden.
Amstelveen wil warmtenet
Deze ambitie sprak de gemeente Amstelveen uit na de ontvangst van het Innofortes plan om een warmtenet te realiseren tussen tuinders en nabije woningbouw in de Noorder Legmeerpolder*. Dit project dient als eerste stap naar een breder warmtenet in de regio. In samenwerking met de
Greenport Aalsmeer en het
Productschap Tuinbouw starten wij binnenkort een nadere haalbaarheidsstudie. Deze studie moet inzicht geven in de techniek, bedrijfseconomie, risico's en kansen van warmtelevering in de Noorder Legmeerpolder en uitbreiding van dit warmtenet naar de regio. Door deze stapsgewijze aanpak biedt het project een unieke kans om een klein warmtenet te realiseren als opstap naar een groter warmtenet.
 |
Het project biedt hierdoor perspectieven voor de gehele tuinbouw in de regio. De energiekosten maken een derde deel uit van hun totale kosten, waardoor het een belangrijk aandachtsgebied is voor de tuinbouw om te kunnen blijven bestaan in de toekomst. |
* Zie ook het artikel
"Gemeente Amstelveen wil warmtenet in Noorder Legmeerpolder".
Projectaanpak, warmtewet en kansen en risico's
 |
Hoe start je een project om duurzame warmte en koude toe te passen? Wim Mans (Innoforte) opende met deze vraag het seminar ‘Duurzame energie in warme en koude tijden’. Hij lichtte de projectaanpak toe aan de hand van verschillende processtappen van eerste conceptontwikkeling (waar zit muziek in?) tot ontwikkeling van een beheermodel (wie beheert de exploitatie en energielevering?). |
Na de eerste conceptontwikkeling is duidelijk of een project bedrijfseconomisch perspectief biedt en of het voldoende inbedding vindt bij de strategie en het enthousiasme van de betrokken partijen. Aan de hand van verschillende scenario's geeft een haalbaarheidsstudie inzicht in de risico's en de economische waarde van een project (is het de investering waard?). In het geval van een onrendabele top kan een overheid vanuit strategisch oogpunt kiezen voor subsidieverstrekking of ondersteuning aan de hand van een PPS-constructie.
| De Warmtewet roept bij veel ondernemers vragen op. Maar is dat wel terecht? Tijdens het seminar ging Elly Koning (DVAN) in op die vraag. De Warmtewet komt in essentie neer op regulering van de prijzen. Jaarlijks wordt de maximumprijs vastgesteld door de NMa.
|
 |
Als uitgangspunt geldt het ‘niet-meer-dan-anders-principe’: een verbruiker mag niet meer betalen dan hij kwijt zou zijn geweest als hij gas zou verbruiken. Daarnaast is een leverancier wettelijk verplicht een ‘redelijke prijs’ te hanteren. De ‘redelijke prijs’ komt, kort samengevat, neer op de kosten van de levering van de warmte vermeerderd met een redelijk rendement. De Warmtewet introduceert daarnaast een vergunningplicht, maar in veel gevallen is geen vergunning nodig. Kleine producenten of producenten die zelf eigenaar zijn van de gebouwen vallen bijvoorbeeld niet onder de vergunningplicht.
Hoewel het oorspronkelijke wetsvoorstel uit 2003 dateert, is het onduidelijk wanneer de wet in werking zal treden. Volgens de NMa is inwerkingtreding in ieder geval niet voor augustus 2010 te verwachten. En gelet op de huidige politieke situatie ligt het voor de hand dat het zelfs nog later wordt.
 |
In afwachting van de Warmtewet is er geen reden om investeringen in duurzame energie in de ijskast te plaatsen. Op het seminar ging Jaap Kleijwegt (BDO) in op de kansen en risico's die het opzetten van een duurzaam bouwconcept met zich meebrengt. Corporaties hebben vaak geen expertise in het leveren van warmte. Het in kaart brengen van de risico's is hierbij een belangrijke stap. |
Het is belangrijk om warmtelevering in te passen in het strategisch plan en te vertalen naar een degelijk financieel en organisatorisch plan.