innoforte
 
home
nieuwsbrief
project login
contact
links
 

 

 

 

Nieuwsbrief Innoforte lente 2011

 
Dit is de lentenieuwsbrief van Innoforte. De natuur komt weer tot leven en maakt zich op voor een nieuwe bloeiperiode. Wij mensen zijn opgeschrikt door de aardbeving en tsunami in Japan, de dreigende nucleaire catastrofe en de politieke en sociale onrust in het Midden-Oosten. Deze ontwikkelingen maken het belang van een duurzame energievoorziening alleen maar groter. Via deze lentenieuwsbrief willen wij u deelgenoot maken van interessante ontwikkelingen, kansen en inzichten op het gebied van de gebouwde omgeving, industriële warmte, biomassa en warmtenetten. De onderwerpen uit deze nieuwsbrief:
 
Inhoud

 
Ontwikkeling warmtenetten: markt of overheid? 
Warmtenetten verdienen een hoofdrol bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Er zijn argumenten te over voor de ontwikkeling van warmtenetten: duurzaamheid, comfort, onafhankelijkheid, stabiliteit van de kosten, het ontbreken van lokale emissies, etc. Bijzondere aandachtspunten bij de ontwikkeling van warmtenetten zijn:
De acceptatie van warmtenetten bij beleidsmakers, projectontwikkelaars, woningcorporaties en consumenten;
De kapitaalintensiteit in combinatie met de risico’s, aanloopverliezen en de benodigde lange termijn visie voor wat betreft het economische rendement.
Een warmtenet wordt gezien als een collectieve energievoorziening met een langdurige afhankelijkheid tussen leverancier en afnemer. Deze afhankelijkheid kan voelen als een verplichting en daar houden de meeste mensen niet van. Wij zijn inmiddels gewend aan een vrije keuze voor een energieleverancier die wordt getransporteerd door een energienet (elektriciteit, gas) dat in handen is gebleven van de overheid. Warmtenetten zijn daarentegen grotendeels in handen van de commerciële energiebedrijven. Hoe is de consument te beschermen tegen een monopolistische aanbieder?
In de geest van de levering van gas en elektriciteit kan het idee ontstaan om (nieuwe) warmtenetten in overheidshanden te laten komen op basis waarvan meerdere commerciële partijen warmte kunnen leveren. Hoewel theoretisch wellicht logisch, lopen we er al snel tegen aan dat warmte toch een bijzonder energieproduct is. Warmtenetten worden meestal gevoed vanuit slechts één of enkele lokale warmtebronnen. Productie en distributie van warmte dienen qua ontwerp en bedrijfsvoering goed op elkaar te worden afgestemd. Daarom worden momenteel nieuwe vormen van samenwerking ontwikkeld tussen marktpartijen, overheden, netbeheerders, woningcorporaties, biomassacentrales en burgers ontwikkeld.
Gemeenten en provincies kunnen een regierol vervullen bij de ontwikkeling van warmtenetten. Zij zijn in staat om op basis van het maatschappelijk rendement op lange termijn te voorzien in de benodigde garanties en financiële participaties. De wijze van samenwerking, het toekennen van de rollen van de betrokkenen en het moment van de totstandkoming van de samenwerking is afhankelijk van lokale omstandigheden en ambities. Hierbij dient rekening te worden gehouden met juridische aspecten als aanbestedingsrecht en staatssteun. De warmtewet reguleert vooralsnog deze samenwerking niet.

 

 
 
 
Warmtewet 2.0 
De warmtewet 2.0 is in voorbereiding. Na een jarenlange voorbereiding blijkt warmtewet 1.0 niet implementeerbaar. De tweeledige warmtetarieven op basis van kostprijs en n.m.d.a. (niet-meer-dan-anders) waren te ingewikkeld.
Bovendien blijken de warmtebedrijven in de praktijk geen woekerwinsten te maken waardoor terugbetalingen ook van de baan zijn. Wat blijft over van de warmtewet? Niet-meer-dan-anders krijgt een wettelijk kader voor alle afnemers die maximaal 100 kW afnemen.

De warmtebedrijven mogen echter niet meer dan een redelijke winst gaan maken. Indien door toekomstige prijsstijgingen van aardgas de warmtetarieven zodanig gaan stijgen dat buitengewone winsten gaan ontstaan bij het warmtebedrijf, dan dient de relatie tussen gasprijs en warmteprijs te worden ontkoppeld. We zijn verder benieuwd naar de regels met betrekking tot de redelijke winst en ook hoe de warmtewet omgaat met WKO systemen. Bij WKO is namelijk ook (meestal) sprake van koudelevering die niet in het algemeen niet wordt bemeterd vanwege het gunstige effect van koudelevering voor een WKO. Bovendien is bij WKO vaak sprake van een collectief bronnennet met waaraan individuele warmtepompen zijn gekoppeld waarvoor de consument de elektriciteit inkoopt. “Niet-meer-dan-anders” wordt dan bereikt via de hoogte van het vast recht, afgestemd op een gestandaardiseerd (fictief) verbruik. Deze systemen zijn vaak aanleiding tot onduidelijkheid en klachten. Lees verder over de warmtewet: interview van de experts Gijs de Man (directeur Essent Warmte) en Albert Koedam (adviseur van Aedes). (Lees hier het interview.)

Tijdens het FedEC congres “Warmte voor bestaande bouw” (24 mei aanstaande) zal Wim Mans een lezing verzorgen over “nieuwe inzichten over warmtedistributie en komende warmtewet”.

 
Combinatie WKO en warmtenet 
Warmtenetten zijn een uitstekende manier om bestaande gebouwen en wijken te verduurzamen. Zeker indien een wijk wordt gerenoveerd of indien de CV-ketel aan vervanging toe is kan het aantrekkelijk om na te gaan of een duurzaam warmtenet mogelijk is. In stedelijke herontwikkelingsgebieden wordt veelal gekozen voor WKO. Zeker voor utiliteitsgebouwen met een grote koudevraag, maar ook voor woningen is WKO inmiddels gemeengoed. Innoforte ontwikkelt concepten voor de inpassing van WKO projecten in stadsverwarmingsgebieden.
Het eerste concept gaat uit van een normaal WKO systeem met compressiewarmtepomp, waarbij de pieklevering wordt ingevuld met het warmtenet. (In de woning een 4-pijps afleverset; basislast ruimteverwarming wordt door CWP geleverd; pieklast en tapwater wordt door het warmtenet geleverd; woning moet geschikt zijn voor LTV 45 grC; vrije koeling; geen gasaansluiting, dus elektrisch koken.)


In het tweede concept is de elektrisch aangedreven compressiewarmtepomp vervangen door een warmte aangedreven absorptiewarmtepomp. Hiermee is het mogelijk om een vrijwel 100% duurzame warmte en koude voorziening te generen. (In de woning een 4-pijps afleverset; basislast ruimteverwarming wordt door AWP geleverd; pieklast en tapwater wordt door het warmtenet geleverd; woning moet geschikt zijn voor ZLTV 35 grC; vrije koeling; geen gasaansluiting, dus elektrisch koken.)

 
 
Verduurzaming bestaande gebouwen 
In opdracht van de Voorburgse woningcorporatie WoonInvest heeft Innoforte duurzame energieconcepten ontwikkeld voor 42 (monumentale) en 30 (niet monumentale) te renoveren woningen in Voorburg. Conform de leer van de “trias energetica” zijn de volgende hoofdrichtingen voor de verduurzaming van de verwarming van de woningen:

Beperking van de behoefte aan warmte door verbeterde isolatie van de schil;
Gebruik van duurzame bronnen zoals het gebruik van zonnewarmte, gebruik van warmte uit bodem, lucht of water;
Efficiënt gebruik van fossiele bronnen zoals een HR(e) ketel, warmtepomp of WKK met warmtedistributie.

Het beperken van de warmtebehoefte van woningen met een monumentenstatus is in de praktijk moeilijk realiseerbaar. Door de monumentenstatus is het verbeteren van de isolatie niet mogelijk aan de buitenzijde van de woning. Het aanbrengen van isolatie aan de binnenzijde van de gevels verkleint het gebruiksoppervlakte en verandert de bouwfysische eigenschappen van de woning. Een goede detaillering van de isolatie (voorkomen van koudebruggen) en ventilatie is nodig om vochtproblemen in de constructie te voorkomen. Omdat stap 1 van de trias energetica maar beperkt kan worden toegepast bij de monumentale woningen zijn concepten met duurzame bronnen of hoge rendementen kansrijker. Voor beide complexen zijn 4 installatie concepten onderzocht:
Individuele HR-combi-ketel;
Individuele HRe-ketel (micro WKK);
Collectieve WKK; Een centraal in de wijk opgestelde WKK en HR ketel;
Individuele warmtepomp/HR-combi-ketel met lage temperatuurverwarming met wand-/vloerverwarming.

De energiekosten van de verschillende concepten zijn bepaald bij de huidige energietarieven. In de staafdiagrammen is eenvoudig af te leiden welke concepten het meest gevoelig zijn voor wijzigingen in energieprijzen.

De energiekosten van de collectieve WKK is afhankelijk van de verhouding tussen het gastarief en elektriciteitstarief (“spark-spread”). De conclusie is dat een kleinschalig warmtenet op basis van een WKK interessant kan zijn bij de verduurzaming van monumentale gebouwen. Hoewel de integrale kosten bij de huidige energietarieven nog iets hoger zijn, kent deze variant de laagste CO2 emissie en is het minst gevoelig voor stijgingen van de energieprijzen.

 
Pinch-technologie en industriële restwarmte 

Innoforte voerde voor diverse industriële bedrijven in de papierindustrie, keramische industrie en thermische verwerking van afvalstromen integrale onderzoeken uit naar de mogelijkheden van verbetering van de thermische energiehuishouding. Wij ontwikkelden daarbij de “trias energetica” voor industriële restwarmte:
1. Voorkomen van restwarmte
2. Omzetten van restwarmte
3. Leveren van restwarmte
Bijvoorbeeld via een Pinch analyse waarbij via massa- en energiebalansen de mogelijkheden voor warmteterugwinning grafisch in kaart worden gebracht. Indien de temperatuur van de restwarmte te laag is, kan deze bijvoorbeeld met een warmtepomp worden verhoogd. Zie als voorbeeld het terugwinnen van de latente warmte uit droogprocessen met een warmtepomp zoals ontwikkeld door De Kleyn Energyconsulting (Lees hier het voorbeeld.).

Indien de temperatuur van de restwarmte hoger is dan 90°C en de warmte gedurende veel bedrijfsuren per jaar beschikbaar is, kan de warmte worden omgezet in koude (sorptiesystemen) of elektriciteit (ORC of Stoomturbine). In onderstaande diagrammen is voor een industriële reststroom van hoge temperatuur een grafische voorstelling afgebeeld van de mogelijkheden voor elektriciteitsproductie op basis van een ORC en een stoommotor.

Voordat een industrieel bedrijf zich voor lange tijd committeert aan externe warmtelevering is een grondige analyse van de interne mogelijkheden op zijn plaats. Hoewel externe warmtelevering leidt tot reductie van CO2 emissies, vindt deze reductie plaats buiten de industriële inrichting en leidt derhalve helaas niet tot CO2 credits voor het betreffende bedrijf.

 
TAP  naar commercialisatie (restwarmte omzetten in elektriciteit)
Na een lange voorbereiding (ontwerp, engineering, inkoop), waarbij we de pech hadden dat een leverancier failliet ging, hopen wij eind mei de TAP in bedrijf te kunnen stellen bij kartonfabriek Smurfit Kappa in Nieuweschans.

Op 29 maart aanstaande zullen Aster Thermoacoustics, Huisman Innovations en Innoforte een samenwerkingscontract ondertekenen voor de commercialisatie van de TAP. De rol van Innoforte is vooral gericht op het bepalen van de technisch-economische haalbaarheid en de thermische inpassing van de TAP.

Tijdens de Foodtech beurs op 25 en 26 mei in Rosmalen, zal Innoforte een presentatie over de TAP verzorgen tijdens het minisymposium dat parallel aan de beurs zal worden georganiseerd. Informatie beurs.

Eer korte impressie van de mogelijkheden van de TAP:
- Thermische input vanaf circa 1.000 kW;
- Omzettingsrendement is afhankelijk van de temperatuur van de warmtestroom en het koelwater: 10 tot 25%;
- Terugverdientijd afhankelijk van schaalgrootte, jaarlijkse draaiuren, elektriciteitstarief en temperatuur restwarmtebron: tussen 3 en 10 jaar;
- De TAP is ook uit te voeren als warmtepomp en als koelmachine.

 
Biomassa:  overzicht en ontwikkelingen
Gezien de beperkte beschikbaarheid van biomassa, dienen wij zo efficiënt mogelijk om te gaan met het potentieel. In het algemeen biedt de productie van elektriciteit en warmte het beste totaalrendement. Innoforte ontwikkelde een overzicht van alle beschikbare biomassastromen, bewerkingen en conversies. In deze nieuwsbrief willen wij de ontwikkeling van vergassing van biomassa onder uw aandacht brengen. Met name houtachtige biomassastromen lenen zich niet voor vergisting. Verbranding is uiteraard altijd mogelijk, maar vergassing biedt mogelijkheden voor een hoger rendement op een kleinere schaal. Onderstaande links naar Youtube fimpjes (klik op de titel) geven een eenvoudige introductie in de mogelijkheden en ontwikkelprocessen van een biomassavergasser. Innoforte voert momenteel haalbaarheidsstudies uit voor biomassacentrales in de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Soest en Zeist.



Klik hier of op de afbeelding voor een vergroting van dit overzicht van biomassastromen
Eenvoudige uitleg vergasser
Ontwikkeling vergasser in Güssing
 
 
Biomassa  NTA 8080/NTA 8081: classificatiesysteem voor biomassa

Bij biomassa denken wij wellicht primair aan de beschikbaarheid van biomassa uit de eigen regio. Dat is verstandig, gezien het streven naar beperking van de CO2 belasting van vervoer. Om een substantiële bijdrage te kunnen leveren aan de verduurzaming van Nederland, zullen wij als dichtbevolkt land ook buitenlandse biomassa moeten importeren. We kijken daarbij kritisch naar de herkomst van biomassa. Daarom is het goed dat hiervoor sinds kort een kwaliteitspredicaat beschikbaar is. Dit zijn de NTA 8080 en de NTA 8081. Deze NTA (Nederlandse Technische Afspraak) is een voorloper van Europese (EN) en ISO normering en beschrijft de eisen voor duurzame biomassa ten behoeve van energiedoeleinden.



De kwaliteit en de duurzaamheid van de biomassa zijn onder meer te bepalen door de herkomst, de wijze van teelt en de verwerking. Ook de rijksoverheid is gebruiker; de classificatie wordt door haar gebruikt bij de vaststelling en uitvoering van stimuleringsmaatregelen voor specifieke groep(en) via bijvoorbeeld de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energie (SDE). Een laatste belangrijke categorie van potentiële gebruikers vormen de vergunningverlenende instanties. Ook in vergunningen kan het classificatiesysteem zorgen voor verduidelijking en vereenvoudiging. De oude NTA 8003 bevat een classificatiesysteem voor het indelen van biomassastromen. Deze classificatie geeft geen informatie over de duurzaamheid van de biomassa.
 
 
MILENA:  vergasser door ECN ontwikkeld

ECN heeft de MILENA vergasser ontwikkeld. HVC participeert in deze ontwikkeling. MILENA zet biomassa met een hoge efficiëntie om in biogas. Na reiniging is dit gas te gebruiken om elektriciteit mee op te wekken in een gasmotor, gasturbine of brandstofcel. Het gas, geproduceerd door de Milena vergasser, is beter toepasbaar in een gasmotor of gasturbine vanwege de hoge calorische waarde (16 MJ/Nm3 droog versus 4-7 MJ/Nm3 bij conventionele beluchte vergassers) en de complete omzetting van de brandstof (voor conventionele vergassers 85-95%). Het gas uit de Milena vergasser is ook geschikt voor omzetting in Synthetic Natural Gas (SNG of Syngas). Syngas heeft dezelfde eigenschappen als aardgas en is dus als vervanger hiervoor toepasbaar. Syngas is CO2-neutraal, het zorgt niet voor extra CO2-emmissie. Bij de productie van Syngas uit waardevolle biomassa is efficiëntie van groot belang. De Milena technologie mikt op een hoge initiële methaan productie en zorgt zo voor een hoge overall efficiëntie.

De productie van Syngas levert CO2 dat wordt afgevangen en opgeslagen. Zo is de omzetting van biomassa in Syngas niet alleen CO2-neutraal, maar zelfs CO2-negatief en draagt de techniek bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot in de atmosfeer. De bedoeling is dat er een demonstratieproject komt van de MILENA-vergasser van circa 10 MW, waarbij het gas zal dienen als brandstof voor een gasmotor. Die levert elektriciteit en warmte. De volgende fase is een installatie van 50 MW voor de productie van synthetisch aardgas ofwel groen aardgas. Door de gewijzigde subsidieregeling in Nederland, wordt mogelijk de eerste stap overgeslagen en gaat direct groen gas geproduceerd worden dat dezelfde kwaliteit heeft als het huidige aardgas.
Bron: ECN, dinsdag 11 januari 2011.
 
 
Internationaal:  biomassa congres: Wim Mans over Finance & Risks
Wim Mans houdt een lezing over “Finance and Risks” op 13 september a.s. op de 3de editie van de International Biomass Valorisation Congress and Exhibition 2011 in Utrecht in de Jaarbeurs: van wetenschap naar technieken tot het benutten van markt kansen. Lees verder. Diverse delegaties uit de biomassa-industrie bezoeken dit congres (research, productie, technologie, service, advies, innovatie, educatie en overheid). Het congres heeft als doel om de meest actuele kennis op het gebied van het valoriseren van Biomassa voor het daglicht te brengen.
De laatste innovatieve wetenschappelijke ontwikkelingen, technische- en marktkansen komen uitgebreid aan bod in de verschillende workshops.

Deze tweedaagse bijeenkomst richt zich op de nationale en internationale politieke ontwikkelingen, advisering, financiering en de daarbij komende risico’s. Daarnaast komen er veel zeer actuele praktijk gericht casuïstiek aan de orde die de ondernemersgeest prikkelen. Wat zijn de toekomstige oplossingen voor bestaande problemen. Waar liggen de kansen, waar liggen de risico’s en hoe zijn deze beheersen?

Wilt u meer weten? Schrijf u in als deelnemer en kom 13 september kijken en luisteren naar wat Wim Mans u te vertellen heeft op dit congres.

 
Voucher  Provincie voor project in Aalsmeer-Amstelveen
In opdracht van de Gemeente Amstelveen, Greenport Aalsmeer, Productschap Tuinbouw en de Provincie Noord-Holland heeft Innoforte een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar een warmtenet voor de regio Aalsmeer-Amstelveen. Het eindrapport daarvan is eind februari aan de opdrachtgevers opgeleverd.

Aansluitend op dit onderzoek en het gezamenlijk overleg is door de Provincie Noord-Holland een voucher uitgereikt aan de Greenport Aalsmeer als stimulans voor haar duurzaamheidsambities en het programma voor de ontwikkeling van een biomassacentrale en een warmtenet in de regio. Met deze extra stimulans willen de betreffende gemeenten en de Greenport Aalsmeer de ontwikkeling van het beheermodel verder concretiseren. Op de foto van links naar rechts:
Wethouder Jan-Willem Groot (gemeente Amstelveen, stuurgroeplid Greenport)
de heer Jaap Bond (gedeputeerde Provincie Noord-Holland)
de heer John Nederstigt (ambassadeur duurzaamheid Greenport en tevens wethouder duurzaamheid gemeente Haarlemmermeer)
mevrouw Ulla Eurich (wethouder duurzaamheid gemeente Aalsmeer)

Onderdeel van het project is marktconsultatie, verkenning van samenwerkingsmogelijkheden en investeringsbereidheid bij geïnteresseerde investeerders. Wie dit kunnen zijn is één van de resultaten van het project, doordat in beeld wordt gebracht wat de wensen zijn van de huidige en toekomstige belanghebbenden en marktpartijen. Mogelijke en wenselijke samenwerkingsvormen tussen bijvoorbeeld gemeenten, tuinders of energiebedrijven worden inzichtelijk gemaakt. Ook wordt duidelijk hoeveel elk van de partijen wil investeren.

Over Greenport Aalsmeer:
Greenport Aalsmeer is een van de vijf Greenports in Nederland. Het is het grootste wereldhandels- en kenniscentrum voor de sierteeltsector met in het hart bloemenveiling Aalsmeer. Zij zorgt voor 50.000 voltijdbanen en kent een omzet van 3 miljard euro per jaar. Er wordt in de regio samengewerkt aan duurzaamheid, innovaties, internationale concurrentiepositie en imagoverbetering voor de hele sector.

 
Actuele  energietarieven op website Innoforte

Op de website van Innoforte kunt u de internationale ontwikkelingen van de energieprijzen volgen: internationale prijsontwikkelingen van olie en gas, alsmede de prijsontwikkelingen en futures op de APX Endex (klik hier of op de afbeelding):

 
 
Innoforte sluit zich aan bij KiEMT 
KiEMT (Kennis en innovatie in Energie- en MilieTechnologie) is een netwerk van EMT-gerelateerde bedrijven, overheden en kennisinstellingen in met name de stadsregio Arnhem-Nijmegen en de Stedendriehoek. KIEMT is een platform waarbinnen innovaties door samenwerking worden ontwikkeld en kunnen gedijen. Regelmatig organiseert men interessante bijeenkomsten rondom actuele thema’s en daarnaast heeft KiEMT diverse programma’s ter begeleiding van innovaties naar marktintroducties.
 


Innoforte - Van Heemstraweg 56 d - 6651 KH Druten - tel 0487 510 375 - info@innoforte.nl