verwarming lijn2
Tarieven warmte

 

Om de afnemers van (duurzame) warmte te beschermen tegen woekerprijzen, is met ingang van 1 januari 2014 de warmtewet ingevoerd. Deze wet is bedoeld om de consument te beschermen door onder andere de prijzen van warmtelevering te reguleren. Jaarlijks stelt de ACM de maximumprijs vast. Deze maximumprijs is gebaseerd op het niet-meer-dan-anders principe (nmda). Afnemers betalen hierdoor niet meer dan wanneer zij gebruik maken van aardgas. De warmteleveranciers mogen een redelijke prijs in rekening brengen welke gebaseerd zal zijn op de werkelijk gemaakte kosten verhoogd met een redelijke winstopslag. De warmteleverancier dient tevens een vergunning te hebben .

Innoforte stelt voor haar projecten een tariefstructuur samen die reeds is gebaseerd op het niet-meer-dan-anders principe, wat inhoudt dat de afgenomen warmte niet duurder is dan wanneer men gebruik maakt van reguliere verwarmingssystemen. De referentiekosten uit de businesscase worden omgerekend naar een tariefstructuur voor de afnemers:

  1. De vermeden investering vormt een basis voor de BAK (Bijdrage Aansluit Kosten), ook wel ASB genoemd: AanSluitBijdrage Hiermee is een deel van de investering van de duurzame installatie gedekt
  2. De vermeden beheer- en onderhoudskosten worden via een VR (Vast Recht) voor geleverde warmte en koude aan de afnemers in rekening gebracht
  3. De geleverde warmte en koude wordt via een te berekenen prijs voor warmte en koude bij de afnemer in rekening gebracht. Deze prijs is gebaseerd op de energiekosten welke de afnemer zelf gehad zou hebben, indien deze op conventionele wijze de warmte of koude zou opwekken.

De warmtewet is anno 2018 in transitie. Langzaam maar zeker wordt de gasreferentie losgelaten. Een kostprijs gebaseerd tariefsysteem is in voorbereiding. Dit is zowel wenselijk voor de afnemers als voor de exploitant. De afnemer gaat mogelijk meer vaste kosten of een hogere BAK betalen en verkrijgt daarentegen mogelijk een lager warmtetarief. Dit komt qua structuur beter over een met andere duurzame alternatieven zoals bijvoorbeeld een warmtepomp. Voor de exploitant is deze ontwikkeling ook gunstig. Er ontstaat een betere verhouding tussen vaste kosten en vaste opbrengsten. Het risico profiel daalt hierdoor, waardoor ook de kapitaallasten (WACC) iets kunnen dalen. De financierbaarheid van warmtenetten wordt hierdoor gunstig beïnvloed. Anticiperend op de veranderende wetgeving staan diverse warmtebedrijven open om voor nieuwe warmtenetten met de betrokken stakeholders na te gaan wat de mogelijkheden zijn.