Warmtekostenverdelers

Een warmtekostenverdeler, ook wel radiatormeter genoemd, is een klein elektronisch instrument dat de temperatuur van zowel de radiator als de omgevingsruimte van de radiator meet. Op deze manier is er een meting van het warmteverbruik per radiator mogelijk. De meter gaat tellen zodra er een temperatuurverschil van 3 à 5 °C wordt gemeten tussen de radiator en de omgeving. Het gemeten warmteverbruik wordt geregistreerd en de verbruiksgegevens opgeslagen.

Warmtekostenverdelers worden toegepast ter verdeling van de warmtekosten in gebouwen met blokverwarming, een collectief systeem voor de levering van ruimteverwarming en warmtapwater. De warmtekostenverdelers worden vooral in bestaande appartementengebouw gebruikt waar de bewoners geen eigen cv-ketel en dus geen eigen gasmeter hebben. Door de bestaande structuur van inpandige leidingen zijn hier geen warmtemeters toe te passen die een individuele meting van de warmtelevering per woning waarborgen. Bij nieuwbouwwoningen worden bijna altijd individuele warmtemeters per appartement geplaatst.

Een warmtekostenverdeler meet geen fysieke eenheden. Alle radiatoren in een complex moet worden voorzien van dergelijke meters om de totale warmtelevering aan het gebouw te kunnen bepalen. Indien warmtekostenverdelers worden toegepast, dienen alle meters ook altijd van hetzelfde fabricaat en/of type te zijn. Warmteverbruiksmeting aan de hand van warmtekostenverdelers leidt tot een afrekening gebaseerd op het jaarlijks geregistreerde warmteverbruik. Op die manier kunnen de totale energiekosten van het gebouw naar verbruik worden verdeeld, zodat iedere bewoner betaalt wat hij/zij aan warmte verbruikt heeft.

Worden de meters geijkt?
IJken van de radiatormeters is niet mogelijk, omdat het hier gaat om een verbruiksmeter en niet om een meter die in absolute waarden meet zoals bijvoorbeeld GigaJoules (GJ) of m3 gas. Het toegepaste meetsysteem is een verhoudingssysteem. De meterstanden geven aan hoeveel warmte bewoners hebben verbruikt ten opzichte van elkaar en van het totaal.

Zijn de meters getest?
De werking van de meters is uitgebreid getest en gecontroleerd vóórdat ze op de markt worden komen, om te voldoen aan de hiervoor geldende norm NEN-EN 834 “Warmtekostenverdelers voor bepaling van het verbruik van verwarmingsradiatoren – Toestellen met elektrische energievoorziening” of voor de oudere modellen van warmtekostenverdelers, de zogenaamde verdampingsmeters, via de NEN-EN 835 “Warmtekostenverdelers voor bepaling van het verbruik van verwarmingsradiatoren – Toestellen zonder elektrische energievoorziening werkend op het verdampingsprincipe. Ondeugdelijke meters mogen niet op de markt worden gebracht en krijgen geen toelatingsnummer.

Hoe wordt de prijs per warmte-eenheid bepaald?
Aan de hand van een verdeelsleutel, die gebaseerd is op het door het cv-ketelsysteem geleverde warmte en de door de meters geregistreerde warmtemeting, wordt een berekening gemaakt van de individuele te betalen kosten voor de geleverde warmte, een warmtekostenverdeelsysteem. De meting geschiedt in eenheden.

Met een kostenverdeelsystematiek berekent de warmteleverancier het verbruik. Dat gebeurt met een vooraf vastgesteld rekenmodel. Daarin kunnen onder meer de (buiten)temperatuur, het aantal vierkante meters en het aantal radiatoren een rol spelen.

  • Allereerst worden de totale energiekosten gesplitst in variabele en vaste energiekosten.
  • De vaste energiekosten hebben betrekking op de warmte die in het gebouw vrijkomt, maar niet via de radiatoren, bijvoorbeeld via de CV-leidingen of het ketelhuis. Deze warmte wordt niet gemeten, maar moet wel betaald worden. En de variabele energiekosten, die direct samenhangen met het gebruik van de radiator in de woning. Deze kosten worden verdeeld over de totale eenheden van alle warmtekostenverdelers in het gebouw.
  • De prijs per warmtemetereenheid wordt berekend door de variabele energiekosten te delen door het totaal aantal opgenomen warmte-eenheden in alle woningen. Zo ontstaat een prijs per eenheid.
  • Door het verbruik te vermenigvuldigen met deze eenheidsprijs ontstaat per woning het aandeel in de variabele kosten.

In NEN 7440 “Warmtekostenverdeelsystemen – Eisen voor de toepassing bij individuele kostentoerekening”  worden eisen gesteld aan de manier waarop een warmtekostenverdeelsysteem moet worden ingevoerd, toegepast en beëindigd voor een gebouw met een systeem van collectieve warmtelevering voor ruimten/ of tapwaterverwarming. De kern van NEN 7440 is het op een juiste manier toerekenen van warmtekosten. De omvang en mate van detaillering in toerekeningsfactoren (de zogenaamde correctiefactoren) daarbij zijn sterk situatie-afhankelijk en worden bepaald in het afwegings- en keuzeproces voor het inrichten van een warmtekostenverdeelsysteem.

Correctiefactoren
Soms gebruikt een warmteleverancier zogenaamde correctiefactoren. Daarmee compenseert een leverancier bijvoorbeeld het verschil in warmteverbruik door de ligging van een appartement. Zo verbruikt een appartement op de bovenste etage meer warmte. En een appartement in het midden van een gebouw minder. Ook gebruiken warmteleveranciers soms correctiefactoren bij warmteverliezen van transportleidingen. Appartementen worden deels ook verwarmd door leidingen in muren, vloeren en plafonds. Sommige bewoners hoeven de radiatoren niet altijd aan te zetten. Dat is niet eerlijk voor andere bewoners. Een warmteleverancier mag alleen correctiefactoren gebruiken in bestaande bouw.

Problemen met de warmtekostenverdeler?
Heeft u het vermoeden dat uw warmtekostenverdelers niet goed werken? Is uw jaarlijkse verbruik veel hoger dan van andere bewoners? U kunt de warmtekostenverdelers laten controleren door een deskundige. De warmteleverancier is verplicht om aan een onderzoek mee te werken. U beslist samen met de leverancier welke deskundige het onderzoek gaat uitvoeren. Wie de kosten van het onderzoek moet betalen is afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek. Indien uit het onderzoek blijkt dat u gelijk hebt, dan hoeft u niet te betalen en zijn de kosten voor rekening van de warmteleverancier. Indien u ongelijk hebt, dan moet u vanzelfsprekend het onderzoek betalen.

Indien u het oneens bent met de uitkomst van het onderzoek kunt u bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) terecht om een onafhankelijke deskundige aan te laten wijzen.

Problemen met de kostenverdeelsystematiek en/of correctiefactoren?
Heeft u het vermoeden dat de warmteleverancier de kosten niet goed verdeelt en u jaarlijks te veel moet betalen? Ook dan kunt u de leverancier vragen om een onderzoek te laten uitvoeren naar de kostenverdeelsystematiek en de gehanteerde correctiefactoren. Dat mag één keer gebeuren. U beslist samen welke deskundige het onderzoek uitvoert. Ook nu kunt u bij een dispuut terecht bij de ACM om een onafhankelijke deskundige aan te wijzen. U betaalt in dit geval altijd de helft van dit onderzoek, uw warmteleverancier de andere helft.

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste nieuws van Innoforte? Meldt u hier aan voor de nieuwsbrief. Graag informeren we u over die onderwerpen waar uw belangstelling naar uitgaat. Wij vragen u daarom uw voorkeuren aan te geven door middel van een vinkje bij de geselecteerde onderwerpen.

Innoforte

Van Heemstraweg 56d
6651 KH, DRUTEN